Geen financiële draagkracht in de Wmo 2015 voor chronisch zieken regeling

logo EKAfschaffing financiële regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten
Het wetsvoorstel strekt tot de afschaffing van de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten, van de compensatie voor het verplicht eigen risico, van de fiscale aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten en van de tegemoetkoming specifieke zorgkosten.

Gemeentelijk maatwerk
Bron: Eerste Kamer

“De inkomensondersteuning wordt overgeheveld naar gemeenten. Gemeenten krijgen beleidsvrijheid om ondersteuning op maat te regelen: passend bij de individuele behoeften en mogelijkheden van de cliënt, gericht op zelfredzaamheid en participatie, via Wmo-voorzieningen of inkomenssteun (individuele bijzondere bijstand). Huidige rechthebbenden komen niet automatisch in aanmerking voor ondersteuning. Dat kan ook niet want gemeenten krijgen ongeveer de helft van het budget dat nu beschikbaar is. Gemeenten kunnen aanvullend beleid formuleren voor hoe zij de middelen willen inzetten.”

Voorlopig verslag (EK 33 726, B)
Op 11 maart jl. heeft de vaste commissie voor VWS het voorlopig verslag vastgesteld. Het wachten is op de memorie van antwoord van de regering. De leden ontvangen deze graag uiterlijk 3 april 2014, zo blijkt. Ik heb het voorlopig verslag met belangstelling gelezen en zie uit naar de reactie van de regering.

vraagtekensZoals ik in eerder blog al schreef lijkt het of het Rijk gemeenten met eenzelfde probleem opzadelt. Dat probleem gaat over het antwoord op de vraag wat de definitie is van chronisch ziek of gehandicapt, en wat bij gevolg daarvan (aannemelijke) meerkosten (kunnen) zijn. In het voorlopig verslag worden veel vragen gesteld die daar betrekking op hebben.

“Uit de memorie van toelichting, de gepubliceerde rapporten en de technische briefing van het Ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport duidelijk naar voren komt dat het definiëren van de begrippen «chronisch ziek», «gehandicapt» en «meerkosten» een juridisch fundamenteel probleem vormen in de allocatie van financiële hulp voor de doelgroep. Al ten tijde van de totstandkoming van de Wet tegemoetkoming chronisch zieken en gehandicapten (Wtcg) bleek dat de formulering van een wettelijke definitie een onmogelijke opgave was, zo schrijft de regering. Bij gebrek aan een sluitende definitie werd een combinatie van indicatoren (Zvw, Awbz, Wmo) gekozen waaruit zou moeten blijken of iemand in aanmerking komt voor een tegemoetkoming. Dit gebrek aan definitie heeft tot gevolg dat een aanzienlijk deel van de ontvangers niet tot de beoogde doelgroep behoort, terwijl een aanzienlijk deel van de doelgroep geen tegemoetkoming ontvangt, zo luidt de conclusie van het kabinet, de Raad van State en het ministerie. Een tweede oorzaak van dit probleem binnen de Wtcg bleek de automatische verstrekking van de tegemoetkoming. Met de overheveling van de verstrekking naar de decentrale overheid wordt dit laatste probleem opgelost. De gemeente is namelijk in staat op een meer individuele basis na te gaan of een tegemoetkoming op zijn plaats is, zo luidt het oordeel.”

IL dubbel donkerHet is nog even wachten op het antwoord van de regering. Ik meen overigens dat er best goed (juridische) voorbeelden denkbaar zijn in de gemeentelijke praktijk van de WWB en de Wmo. Tijdens de Masterclass Bijzondere bijstand, langdurigheidstoeslag en minimabeleid komen die aan bod. Verder heb ik een mooie casus gemaakt over een voorbeeld van gemeentelijk beleid. Na 1 april zal ik deze delen in een blog.

Geen financiële draagkracht in de Wmo 2015
Het wetsvoorstel afschaffing Wtcg en CER wijzigt ook de (huidige) Wmo 2007. Daarvan is bekend dat er geen inkomensgrenzen mogen worden gehanteerd als voorwaarde voor een aanspraak. Daar brengt het wetsvoorstel ook geen wijziging in aan. Maar het wetsvoorstel Wmo 2015 voorzag dat nu juist wel in. In het oorspronkelijk art. 2.1.7 Wmo 2015 tweede volzin was bepaald dat in de Wmo-Verordening in ieder geval toepasselijke grenzen over de financiële draagkracht worden vastgesteld. Ik schrijf in verleden tijd zoals je leest. Een nota van wijziging heeft namelijk een einde gemaakt aan deze financiële grenzen.

Toelichting (TK 2013/14, 33 841, nr. 35, p. 16 en 19)
“De bepaling over de financiële tegemoetkoming voor personen met een beperking of chronische psychische of psychosociale problemen die daarmee verband houdende aannemelijke meerkosten hebben (art. 2.1.7), wordt in overeenstemming gebracht met de vergelijkbare bepaling die met een recent door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstel in de Wmo wordt opgenomen (33 726). Met het op 23 januari 2014 door de Tweede Kamer aanvaarde wetsvoorstel tot afschaffing van o.a. de algemene tegemoetkoming voor chronisch zieken en gehandicapten wordt in de Wmo een artikel 4a opgenomen, dat erin voorziet dat gemeenten de mogelijkheid krijgen om personen met een chronische ziekte of beperking een tegemoetkoming, al dan niet in de vorm van een forfaitaire vergoeding, te verstrekken. Het wetsvoorstel Wmo 2015 bevat in art. 2.1.7 eveneens een dergelijke bepaling, omdat de Wmo komt te vervallen. Die bepaling is echter niet geheel gelijkluidend aan art. 4a Wmo en moet daarom enigszins worden gewijzigd om daarmee in overeenstemming te worden gebracht. Met de nota van wijziging (onderdeel E) is dat gebeurd.”

Ik verwacht eerlijk gezegd dat gemeenten hierdoor terughoudend zullen zijn met het formuleren van beleid in de Wmo 2015. Dit vanwege een beperkt budget. Let wel in het beleidsplan moet een reden worden aangegeven waarom geen gebruik wordt gemaakt van de bevoegdheid die art. 2.1.7 Wmo 2015 biedt (art. 2.1.2 lid 5 Wmo 2015).

Terugvordering Wmo 2015
Art. 2.4.1 Wmo 2015 biedt gemeenten de bevoegdheid om de geldswaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget te vorderen. Dat kan volgens het artikel van de cliënt maar ook van degene die opzettelijk zijn medewerking heeft verleend aan het verkrijgen daarvan. In een eerder blog schreef ik over de onmogelijke bewijsopdracht die de redactie van dit artikel meebrengt. Ook de eerder genoemde nota van wijziging brengt hier geen verandering in.

Verder vraag ik me af of het college de bevoegdheid heeft om de ten onrechte genoten financiele tegemoetkoming van art. 2.1.7 Wmo 2015 terug te vorderen. Daar voorziet art. 2.4.1 Wmo 2015 dus niet in. Immers, gaat het niet om een maatwerkvoorziening en ook niet om een persoonsgebonden budget. Voor zover het artikel niet nog tijdens de parlementaire behandeling wordt aangepast, adviseer ik gemeenten een bepaling op te nemen in de Verordening over terugvordering bij de schending van de inlichtingenplicht als bedoeld in art. 2.3.8 Wmo 2015. Maar….dat artikel gaat ook alleen maar over de maatwerkvoorziening en het persoonsgebonden budget. Oeps?

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*