Rechtbank Oost-Brabant: geen indicatie voor strijken, kreukvrije kleding algemeen gebruikelijk

Onderstaande uitspraak is zonder redactionele noot opgenomen in een eerder blog.

Rechtbank Oost-Brabant 26-02-2014, SHE 13/2847 (niet gepubliceerd)
De rechtbank oordeelt in deze zaak over de vraag of het college belanghebbende terecht niet in aanmerking brengt voor een indicatie voor strijken (hulp bij het huishouden).

Aan belanghebbende wordt na afloop van een indicatie opnieuw hulp bij het huishouden toegekend op basis van nieuw vastgesteld beleid. Dat beleid resulteert – ook na bezwaar – in minder uren dan voorheen aan haar is toegekend. Zij is van mening dat het college met een enkele verwijzing naar het (nieuwe) beleid niet voorbij kan gaan aan haar grief dat dit te weinig is. Zij onderbouwt haar stelling dat de toegekende uren onvoldoende zijn met een verklaring van haar huishoudelijke hulp. Verder voert zij aan dat het college onvoldoende motiveert op basis waarvan de normtijden zijn vastgesteld.

Normtijden
Het college in kwestie heeft de normtijden voor hulp bij het huishouden opgenomen in het gemeentelijk Besluit individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning. Daarbij hanteert het een handreiking voor de (algemene) normering van de hulp bij het huishouden en tevens een normering ingeval er meer dan acht uren per week worden geïndiceerd. Deze normering is samengesteld in overleg met andere gemeenten en organisaties in de schoonmaakbranche.

Oordeel van de rechtbank
Allereerst overweegt de rechtbank dat bij een aanvraag om hulp bij het huishouden het uitgangspunt geldt dat men primair zelf verantwoordelijk is voor het eigen huishouden. Wmo-voorzieningen zijn ter aanvulling op de eigen mogelijkheden. Het besluit waarin het maximum aantal uren wordt toegekend is mede gebaseerd op medische adviezen. Naar oordeel van de rechtbank heeft het college de in het Besluit genoemde normen in redelijkheid kunnen hanteren. De rechtbank verwijst naar CRVB:2011:BQ7081 [red. uitspraak is niet op rechtspraak.nl te vinden] en CRVB:2011:BP9520).

Verder is niet aannemelijk geworden waarom met toepassing van deze normen in dit geval niet aan de compensatieplicht wordt voldaan. De onderbouwing dat belanghebbende eerder een hogere indicatie had is daarvoor onvoldoende. De verklaring van haar huishoudelijke hulp is niet afkomstig van een objectieve bron en acht de rechtbank dan ook onvoldoende zwaarwegend dat het college het aantal uren te zeer heeft beperkt.

Kreukvrije kleding algemeen gebruikelijk
StrijkenBelanghebbende stelt verder dat zij ten onrechte niet is geïndiceerd voor het strijken en dat kreukvrije kleding niet als hulpmiddel kan worden gezien om haar beperkingen te ondervangen. Uit de Bijlage uitgebreide indicatie hulp bij het huishouden valt af te leiden dat strijken niet langer wordt geïndiceerd en dat het college zich op dit punt aansluit bij de modelbeleidsregels van de VNG. Daarin wordt gesteld dat strijkvrije kleding en een wasmachine/droger algemeen gebruikelijk/voorliggend zijn. Mocht dit echt niet voldoende zijn en er toch (tijdelijk) een individuele voorziening moeten worden toegekend, dan geldt dat voor strijken 80 minuten per vier weken kan worden toegekend.

Aannemelijk (hebben kunnen) beschikken
Met de term algemeen gebruikelijk wordt een vergelijking gemaakt met hetgeen voor een persoon als aanvrager algemeen gebruikelijk is. Volgens vaste rechtspraak (CRVB:2010:BN1265) is de strekking van de bepaling te voorkomen dat een voorziening wordt verstrekt waarvan, gelet op de omstandigheden van de betrokken gehandicapte, aannemelijk is te achten dat deze daarover zou (hebben kunnen) beschikken als hij niet gehandicapt zou zijn geweest. De rechtbank acht het aannemelijk dat als belanghebbende geen beperkingen kende, over kreukvrije kleding zou hebben kunnen beschikken. Niet in geschil is dat kreukvrije kleding niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en evenmin dat deze kleding in de reguliere handel verkrijgbaar is. Bovendien is de prijs van deze kleding vergelijkbaar met soortgelijke producten.

Redactionele opmerking
Een mooie uitspraak van de rechtbank, kan niet anders zeggen. Ik denk dat het uitgangspunt ‘geen strijken, tenzij’ juridisch verdedigbaar is. Het algemeen gebruikelijk karakter van kreukvrije kleding kan ik dan ook onderschrijven. Dat zou anders zijn als er sprake is van een onverwachts optredende noodzaak waardoor belanghebbende (een deel van) haar garderobe zou moeten vervangen en dat substantiële kosten met zich meebrengt.

Wat valt op? Het college hanteert een bijlage bij het Besluit waarin is bepaald dat toch (tijdelijk) een indicatie voor strijken kan worden afgegeven. Wat zegt de Verordening over strijken?

Artikel 4 lid 3 Verordening luidt:
“In staat zijn om schone kleren te dragen: bestaat uit het aanwezig zijn van kleding in gewassen en opgevouwen of opgehangen staat.”

Geen compensatie voor strijken dus. Toekenning daarvan zal dan – volgens mij – via de hardheidsclausule moeten gebeuren. Voor belanghebbende leidt dat niet tot een andere uitkomst.

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Een gedachte over “Rechtbank Oost-Brabant: geen indicatie voor strijken, kreukvrije kleding algemeen gebruikelijk

  1. Pingback: Best gelezen en series – Uitvoering Wmo 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*