Overgangsrecht Beschermd wonen (ZZP C) en GGZ (ZZP B)

VerdiepingBeschermd wonen was tot 1 januari 2015 onderdeel van zorg met verblijf op grond van de AWBZ. De verzekerde aanspraak bestond op grond van artikel 6 lid 1 en 2 AWBZ jo. artikel 2 lid 1 onderdeel e en  artikel 9 Besluit zorgaanspraken AWBZ (Bza). Als de AWBZ-zorg gericht is op begeleiding (ondersteuning), en niet op behandeling, hebben verzekerden een indicatie voor een Zorgzwaartepakket GGZ-C (ZZP C). Voor het overgangsrecht is het in het algemeen van belang te weten welke indicatie betrokkene heeft.

Wist je dat er een Studiemiddag Beschermd wonen staat gepland?

18 juli 2018
Zie blog update overgangsrecht volgens de Rechtbank Zeeland-West-Brabant.

Leveringsvorm
Er zijn twee vormen waarin de indicatie beschermd wonen onder de AWBZ kan worden gereliseerd: in natura en als persoonsgebonden budget (pgb). In natura kan beschermd wonen worden verleend door een Regionale Instelling Beschermd Wonen (RIBW). Ook kan het een onderdeel zijn van een (bredere) GGZ-instelling. Ook kon het ZZP GGZ C in de vorm van een Volledig Pakket Thuis (VPT) worden geleverd. Verzekerden kunnen hun indicatie ook realiseren met een pgb. Vaak zijn zij woonachtig in een kleinschalig wooninitiatief als bedoeld in artikel 1.1.1 onderdeel u Regeling subsidies AWBZ (RSA)1 Verzekerden in een kleinschalig wooninitiatief bundelen hun pgb’s. 

Overgangsrecht algemeen
Vanaf 1 januari 2015 zijn de AWBZ-aanspraken als bedoeld in artikel 8.1 lid 1 onder a tot en met f Wmo 2015 komen te vervallen. Op aanvragen om AWBZ-zorg die echter tijdig zijn ingediend beslist het CIZ, met uitzondering van de doventolk (art. 8.1 lid 2 Wmo 2015). Artikel 8.3 Wmo 2015 bepaalt de hoofdregels over het overgangsrecht voor de AWBZ-aanspraken. De rechten en verplichtingen over het tot gelding brengen van de geïndiceerde AWBZ-zorg blijven bestaan gedurende de looptijd van het indicatiebesluit, maar niet langer dan tot 1 januari 2016 (art. 8.3 lid 1 Wmo 2015). Voor zover de AWBZ-indicatie nog niet is verzilverd geldt op grond van het tweede lid een overlegplicht. Kort gezegd komt het er op neer dat als de gemeente een aanbieder heeft gecontracteerd die de geïndiceerde AWBZ-zorg kan bieden, deze dat in principe ook mag doen. De ‘keuze’ van de gemeente prevaleert in die gevallen.

Overgangsrecht beschermd wonen
Uit een oogpunt van zorgvuldige belangenafweging heeft de wetgever gekozen om bij de duur van het overgangsrecht onderscheid te maken tussen de extramurale en intramurale AWBZ-zorg. Voor extramurale zorg geldt het overgangsrecht tot uiterlijk 1 januari 2016, tenzij de indicatie eerder afloopt. Beschermd wonen als bedoeld in artikel 8.1 lid 1 onder c Wmo 2015 is een aanspraak op intramurale zorg.

Langdurige indicaties
Dergelijke indicaties kunnen echter voor wel meer dan vijf jaren gelden. Hoewel het niet de bedoeling is om deze indicaties ten eeuwigen dage ongewijzigd te prolongeren is voorzien in een overgangstermijn die ten minste vijf volle kalenderjaren beloopt. Er wordt de komende jaren zorgvuldig bezien hoe deze zorg ten algemene in de verdere toekomst vorm kan worden gegeven. Bij koninklijk besluit wordt ter zijner tijd voorzien in vaststelling van een tijdstip waarop de gemeente geheel verantwoordelijk wordt, hoe de betrokken cliënten worden ondersteund en hoe de overgangsregeling voor hen kan vervallen (TK 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 200). Verder is het zo dat voor deze groep dezelfde randvoorwaarden gelden als in artikel 8.3 Wmo 2015 is beschreven (art. 8.4 lid 2 Wmo 2015).

Twee uitzonderingen
Bij het overgangsrecht op grond van de AWBZ gelden wel twee uitzonderingen. Die gaan over het persoonsgebonden budget.

Persoonsgebonden budget
Voor diegene die de geïndiceerde AWBZ-zorg in de vorm van een pgb verzilveren loopt het recht op deze leveringsvorm door tot uiterlijk 1 januari 2016 en vervalt daarna van rechtswege (art. 8.3 lid 3 Wmo 2015). Dit betekent nadrukkelijk niet dat de AWBZ-indicatie vervalt; het betreft enkel de leveringsvorm. Zo lang de indicatie geldig is, kan ná 1 januari 2016 alleen recht bestaan op het overgangsrecht bij verzilvering in natura.2

Bruto persoonsgebonden budget
Artikel 8.3 lid 6 Wmo 2015 bepaalt dat artikel 2.1.4 lid 6 Wmo 2015 van overeenkomstige toepassing is. Dat artikel bepaalt dat de eigen bijdrage, zoals die geldt voor de geïndiceerde AWBZ, wordt vastgesteld en voor de gemeente geïnd door het CAK. Dat brengt mee dat het pgb, in tegenstelling tot de AWBZ, bruto aan betrokkenen wordt uitbetaald. Het CAK stuurt een factuur voor de eigen bijdrage; die niet uit het pgb mag worden betaald. Dat laatste is ook niet mogelijk omdat de Sociale Verzekeringsbank het pgb betaald aan derden die de zorg hebben geleverd op basis van een goedgekeurde overeenkomst.

Aangewezen op behandeling
De verzekerde met een AWBZ-indicatie voor voorgezet verblijf (behandeling langer dan 365 dagen) hebben een indicatie voor een Zorgzwaartepakket GGZ-B (ZZP B). Dit is dus geen indicatie voor beschermd wonen.

Overgangsrecht
Voor de verzekerde die op 31 december 2014 over een ZZP B indicatie beschikt, geldt overgangsrecht. Op grond van artikel 11.1.3 Wlz wordt deze persoon gelijkgesteld met een verzekerde als bedoeld in artikel 3.2.2 lid 1 Wlz, tenzij de Jeugdwet van toepassing is. Artikel 3.2.2 lid 1 Wlz gaat over verzekerden wiens recht op verblijf en de daarbij behorende medisch noodzakelijke geneeskundige zorg op grond van zijn zorgverzekering is beëindigd vanwege het bereiken van geldende maximum duur (365 dagen). Het overgangsrecht bepaalt dat de geldigheidsduur van de indicatie ambtshalve op drie jaar wordt gesteld ingaande 1 januari 2016.

Persoonsgebonden budget
Voor de verzekerde die zijn ZZP B indicatie in de vorm van een pgb ontving, geldt ook overgangsrecht. De verzekerde kan de zorg blijven inkopen als voorheen ook als de Wlz-uitvoerder deze aanbieder niet heeft gecontracteerd (art. 11.1.3 lid 2 Wlz). Het overgangsrecht bepaalt ook in deze gevallen dat de geldigheidsduur van de indicatie ambtshalve op drie jaar wordt gesteld ingaande 1 januari 2016.

Bekostiging Zorgverzekeringswet
Voor ‘nieuwe gevallen’ is anders. Vanaf 1 januari 2015 worden de eerste drie jaar op behandeling gerichte GGZ met verblijf bekostigd op grond van de Zorgverzekeringswet (art. 10 onder a en h Zvw jo. art. 2.12 Besluit zorgverzekering (Bzv). Het eerste jaar werd vóór 1 januari 2015 al bekostigd op grond van de Zvw. Artikel 1 onder k Bzv bepaalt wat onder kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg wordt verstaan:

“de kosten van geneeskundige zorg zoals klinisch-psychologen en psychiaters die plegen te bieden alsmede het daarmee gepaard gaande verblijf gedurende een onafgebroken periode van ten hoogste 365 dagen3, voor zover deze kosten onder de dekking van een zorgverzekering vallen en niet bij ministeriële regeling is bepaald dat deze als tot een ander cluster behorende kosten worden aangemerkt”

Gespecialiseerde GGZ
Voor de bovengenoemde geneeskundige zorg zijn per 1 januari 2015 de Zorgzwaartepakketten ZZP:

  • GGZ B 3 t/m 7 al dan niet met dagbesteding,
  • ZZP GGZ Klinisch Intensieve Behandeling,
  • de toeslagen Niet-Strafrechtelijke forensische psychiatrie; en
  • vervoer naar dagbesteding,

overgeheveld naar de Zorgverzekeringswet. Dit is de zogenoemde gespecialiseerde GGZ (Stcrt. 2015, nr. 1766).

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies


  1. thans artikel 3.1.3 lid 1 onderdeel a Wlz jo. artikel 3.1.4 lid 2 Blz 

  2. tenzij betrokkene voldoet aan de voorwaarden van art. 2.3.6 Wmo 2015 

  3. gelet op artikel 2.12 Bzv ga ik er van uit dat de wetgever heeft verzuimd de tot 1 januari 2015 geldende 365 dagen te wijzigen in 1.095 

3 gedachten over “Overgangsrecht Beschermd wonen (ZZP C) en GGZ (ZZP B)

  1. Mij is altijd gezegd dat voor ZZP GGZB geen PGB mogelijk is, alleen ZIN. In ZZP GGZC is ook wel een behandeldeel opgenomen. Weet u hoe het zit met toelaten ZZP GGZC in WLZ? Er zouden nieuwe criteria komen hiervoor zodat mensen met ernstige chronische psychiatrische beperkingen ook toegang krijgen. Het is toen gezegd geworden, maar blijkbaar heeft men geen boodschap aan mensen die hier reikhalzend naar uitkijken. Mijn zoon (31) heeft klassiek autisme, kan niet zelfstandig leven. De begeleiding is heel intensief, zeer gestructureerd. Autisme gaat ook niet over. Toch heeft hij geen toegang tot WLZ. Mensen met psychiatrische beperkingen worden gediscrimineerd in de nieuwe zorgwet.

  2. Pingback: Best gelezen en Series – Uitvoering Wmo 2015

  3. Pingback: Best gelezen maart 2016 – Uitvoering Wmo 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*