Bevoegd om gegevens over inkomen en vermogen te vragen?

In mijn uitvoeringspraktijk komt met regelmaat de volgende vraag voorbij. Mag het college voor de uitvoering van het onderzoek na de melding inkomens- en vermogensgegevens opvragen bij de cliënt? Vaak, maar niet altijd, is dit gekoppeld aan de aanvraag om bijzondere bijstand die kan worden gedaan voor de kosten van de maaltijdservice of de hulp bij het huishouden.

Geen inkomens- of vermogensgrens
De Wmo 2015 staat open voor iedere burger, ongeacht zijn inkomen en vermogen. De gemeente mag van de cliënt een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage vragen (TK 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 44). Een gemeente mag de toegang tot maatschappelijke ondersteuning op grond van het inkomen en/of vermogen niet weigeren noch inperken (TK 2013/14, 33 841, nr. 64, p. 27-28).

Amendement
Toch was de Kamer er niet helemaal gerust op denk ik. Het amendement van lid Keijzer is daarom aangenomen (TK 2013/14, 33 841, nr. 154).

“De regering is van mening dat het inkomen of vermogen van mensen geen rol mag spelen bij de afweging of iemand Wmo-ondersteuning krijgt. Desalniettemin is het wetsvoorstel daar niet glashelder over. Met dit amendement beoogt de indiener te bewerkstelligen dat in het onderzoek zoals bedoeld in artikel 2.3.2 niet verder gegaan wordt dan te bezien wat de eigen bijdrage is die cliënten dienen te bepalen ingevolge artikel 2.1.4.”

Bijzondere bijstand
Handelt het echter om een aanvraag voor bijzondere bijstand dan spreekt het voor zich dat het college de bevoegdheid heeft om gegevens over iemands middelen op te vragen. Immers, het recht en/of de hoogte van de bijzondere bijstand is daarvan afhankelijk (art. 35 lid 1 Paw). Kan het college betrokkene verplichten bijzondere bijstand aan te vragen? De vraag stellen is hem beantwoorden. Natuurlijk kan dat niet. Maar zou het gevolgen kunnen hebben als betrokkene niet kiest om bijzondere bijstand aan te vragen voor de kosten van bijvoorbeeld een algemene voorziening.

Jurisprudentie Wmo 2007
In dat kader is de vraag interessant of uitspraken op grond van de Wmo 2007 van toepassing zijn op de Wmo 2015. Dat zal in het algemeen per situatie beoordeeld moeten worden. De Raad heeft twee uitspraken gedaan waarin een relatie bestaat tussen de Wmo 2007 en de WWB (thans Participatiewet). Kan de bijzondere bijstand, onverminderd de plicht om in elk concreet geval een resultaat te bereiken dat als compensatie van de beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, een rol spelen bij de uitvoering van de Wmo 2007? In twee zaken over de meerkosten van een maaltijdvoorziening en bijzondere bijstand daarvoor, beantwoordt de Raad deze vraag bevestigend (CRVB:2014:1403 en zie ook CRVB:2015:97).

r.o. 4.3 en 4.4 “In dit licht bezien is de keuze om de meerkosten van een maaltijdvoorziening te vergoeden door middel van het toekennen van bijzondere bijstand een aanvaardbare keuze. Hiermee wordt bereikt dat appellante een maaltijdvoorziening financieel kan dragen zodat met die voorliggende voorziening de beperkingen van appellante op het gebied van het bereiden van de warme maaltijd worden gecompenseerd. Het komt voor de eigen verantwoordelijkheid van appellante dat zij eerst op 15 mei 2013 een aanvraag voor bijzondere bijstand voor de meerkosten van een maaltijdvoorziening heeft ingediend. Dit leidt er dan ook niet toe dat het college de maaltijdvoorziening in de periode voor 15 mei 2013 niet als een adequate voorliggende voorziening heeft mogen aanmerken.”

Ik neem aan dat deze jurisprudentie van overeenkomstige toepassing is voor de Wmo 2015. Wel merk ik op dat de gemeenteraad de bevoegdheid heeft in de verordening het volgende te bepalen. Voor cliënten met een minimum inkomen kan een korting worden toegepast op de te betalen bijdrage in de kosten voor het gebruik van een algemene voorziening (art. 2.1.4 lid 2 onder a Wmo 2015).

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

*