Rechtbank Amsterdam: spoedeisend geval is niet uit te sluiten maar geen dwangsom verbeurd

Logo_rechtspraakDe Rechtbank Amsterdam gaat in RBAMS:2015:2497 in op de Memorie van Toelichting bij artikel 2.3.3 Wmo 2015: de spoedeisende situatie. Het gaat in deze zaak om de vraag hoe degene die zich heeft gemeld om maatschappelijke ondersteuning zich kan verweren als het college niet onverwijld een maatwerkvoorziening wordt ingezet.

Waar gaat het over
Betrokkene meldt zich bij het college en geeft daarbij aan dat het ook een aanvraag betreft. Hij verzoekt het college met spoed een tijdelijke maatwerkvoorziening te treffen omdat hij dringend opvang en hulp nodig heeft. Na twee weken stelt betrokkene het college in gebreke omdat niet is beslist op zijn verzoek. Omdat het college ook na de ingebrekestelling niet heeft beslist stelt betrokkene beroep in bij de rechtbank. De Rechtbank gaat in op de bepalingen van de Awb, de wettelijke bepalingen over de melding en de aanvraag, het standpunt van het college en op hetgeen geschreven is in de Memorie van Toelichting.

Afgeven beschikking
Op grond van artikel 4:13 lid 1 Awb moet een beschikking worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.

Dwangsom
Op grond van artikel 4:17 lid 1 Awb verbeurt het bestuursorgaan, als een beschikking op aanvraag niet tijdig wordt gegeven, aan de aanvrager een dwangsom voor elke dag dat het in gebreke is, doch voor ten hoogste 42 dagen.

Gelijkstelling
Op grond van artikel 6:2 aanhef en onder b Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep, het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld. Tegen het niet tijdig beslissen staat dan ook beroep bij de rechtbank open.

Indienen beroepschrift
Op grond van artikel 6:12 lid 2 Awb, kan het beroepschrift worden ingediend zodra:
a. het bestuursorgaan in gebreke is tijdig een besluit te nemen, en
b. twee weken zijn verstreken na de dag waarop belanghebbende het bestuursorgaan schriftelijk heeft medegedeeld dat het in gebreke is.

Gegrond beroep en geen bekendmaking besluit
Artikel 8:55d Awb bepaalt dat als het beroep gegrond is en nog geen besluit is bekendgemaakt, de bestuursrechter bepaalt dat het bestuursorgaan binnen twee weken na de dag waarop de uitspraak wordt verzonden alsnog een besluit bekendmaakt. Op grond van het tweede lid verbindt de bestuursrechter aan zijn uitspraak een nadere dwangsom voor iedere dag dat het bestuursorgaan in gebreke blijft de uitspraak na te leven. Op grond van het derde lid kan de bestuursrechter in bijzondere gevallen of indien de naleving van andere wettelijke voorschriften daartoe noopt, een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen.

Wmo 2015: geen aanvraag tenzij
Op grond van artikel 2.3.2 lid 1 Wmo 2015 voert het het college – als een melding wordt gedaan van een behoefte aan maatschappelijke ondersteuning – een onderzoek uit. Dat doet het college in samenspraak met degene door of namens wie de melding is gedaan en waar mogelijk met de mantelzorger of mantelzorgers dan wel diens vertegenwoordiger. Dat gebeurt zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen zes weken overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid. Het college bevestigt de ontvangst van de melding. Op grond van het negende lid van dit artikel kan een aanvraag als bedoeld in artikel 2.3.5 niet worden gedaan dan nadat het onderzoek is uitgevoerd, tenzij het onderzoek niet is uitgevoerd binnen de in het eerste lid genoemde termijn.

Spoedeisend geval
Op grond van artikel 2.3.3 Wmo 2015 beslist het college in spoedeisende gevallen, daaronder begrepen de gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, na een melding als bedoeld in artikel 2.3.2 lid 1, onverwijld tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening in afwachting van de uitkomst van het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2 en de aanvraag van de cliënt.

Geen beslissing
Vast staat dat het college niet heeft beslist om voor belanghebbende een tijdelijke maatwerkvoorziening te treffen. Het college voert aan dat het uitblijven van een beslissing op het verzoek om onverwijld een tijdelijke maatwerkvoorziening te verstrekken, moet worden beschouwd als een fictieve beslissing, waartegen bezwaar kan worden gemaakt. De beroepen zijn daarom niet-ontvankelijk. Het college verwijst in dat verband naar de Memorie van Toelichting bij de Wmo 2015 (TK 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 147).

De Rechtbank
In de Memorie van Toelichting bij de Wmo 2015 (TK 2013/14, 33 841, nr. 3, p. 147) staat het volgende vermeld. Het niet tijdig – d.w.z. niet onverwijld – nemen van een beslissing tot verstrekking van een tijdelijke maatwerkvoorziening is een fictieve weigering, waartegen de belanghebbende op grond van de Awb bezwaar (al dan niet gepaard gaande met een verzoek om een voorlopige voorziening) en beroep kan aantekenen.

Awb onverkort van toepassing
De rechtbank stelt vast dat in de Wmo 2015 geen bepalingen zijn opgenomen over het opkomen tegen deze zogenoemde fictieve weigering. Dat betekent dat de Awb onverkort van toepassing is. De Awb voorziet niet in een fictieve weigering als bedoeld in de Memorie van Toelichting. Op grond van artikel 6:12 Awb kan wel worden opgekomen tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Uit dit artikel volgt dat daartegen direct beroep openstaat, mits het bestuursorgaan in gebreke is gesteld. Aan die voorwaarde is voldaan. De rechtbank zal dan ook beoordelen of sprake is van het niet tijdig nemen van een besluit tot het treffen van een tijdelijke maatwerkvoorziening.

Onderbouwing door belanghebbende
Naar het oordeel van de rechtbank moet de verzoeker van een tijdelijke maatwerkvoorziening, bij zijn melding onderbouwen dat sprake is van een spoedeisend geval. Belanghebbende wijst bij zijn melding op zijn medische problemen. Hij lijdt aan epilepsie, is prikkelbaar, heeft suïcidegedachten en lijdt aan posttraumatische stressstoornis. Belanghebbende verwijst naar bijlage 1 (een verklaring van een psychiater), welke belanghebbende bij zijn beroep niet overlegd.

Onderbouwing door college
De rechtbank heeft het college bij brief verzocht binnen twee weken de op de zaak betrekking hebbende stukken in te dienen. Daarbij wijst de rechtbank het college er op dat als niet wordt voldaan aan dit verzoek, de rechtbank op grondslag van de beschikbare stukken op het beroep zal beslissen. Het college dient de op de zaak betrekking hebbende stukken niet in.

Op voorhand niet uit te sluiten
De door belanghebbende omschreven klachten sluiten voorshands niet uit dat sprake is van een spoedeisend geval. Nu er in het dossier geen aanknopingspunten zijn om anders te oordelen, gaat de rechtbank ervan uit dat sprake is van een spoedeisend geval.

Welke beslistermijn
Vervolgens moet worden beoordeeld welke beslistermijn in dit geval van toepassing is. Artikel 2.3.3 Wmo 2015 bepaalt dat onverwijld dient te worden beslist. Uit artikel 2.3.2 Wmo 2015 volgt dat de procedure om een voorziening op grond van de Wmo 2015 te verkrijgen, start met een melding. Dat is niet anders als de melder een beroep doet op een tijdelijke voorziening. Artikel 4:13 Awb (beslistermijn op een aanvraag) is daarom niet van toepassing. Daarom moet op grond van de bewoordingen en de strekking van artikel 2.3.3 Wmo 2015 worden bepaald wat onverwijld is.

Wat is onverwijld
Uit de bewoording blijkt dat het moet gaan om een voorziening die terstond nodig is. Gelet hierop en gezien de korte duur van de “normale” meldingsprocedure, acht de rechtbank de door belanghebbende genoemde termijn van twee weken niet onjuist. Nu het college niet binnen die termijn heeft beslist, heeft hij niet tijdig beslist. Het beroep is daarom kennelijk gegrond.

Nog niet beslist
De rechtbank is niet gebleken dat inmiddels is beslist door het college. De rechtbank bepaalt daarom dat het college binnen twee weken na de dag waarop deze uitspraak wordt verzonden, alsnog een besluit bekendmaakt. De rechtbank bepaalt daarbij dat het college een bedrag van € 100 per dag verbeurt voor iedere dag dat hij in gebreke blijft de uitspraak na te leven. Het maximum van de dwangsom wordt bepaald op € 15.000.

Dwangsom verbeurd
Over het verzoek van belanghebbende om de dwangsom die is verbeurd vast te stellen overweegt de rechtbank als volgt. De procedure om een voorziening op grond van de Wmo 2015 te verkrijgen start niet met een aanvraag, maar met een melding. Artikel 4:17 Awb is daarom niet van toepassing. Gelet hierop is geen dwangsom verbeurd.

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Een gedachte over “Rechtbank Amsterdam: spoedeisend geval is niet uit te sluiten maar geen dwangsom verbeurd

  1. Pingback: Best gelezen en series – Uitvoering Wmo 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*