Rechtbank Arnhem: verhoogd toilet en beugels niet algemeen gebruikelijk

Logo_rechtspraakDe rechtbank oordeelt in deze zaak over de vraag of het college de aanvraag om een verhoogde toiletpot en (wand)beugels terecht heeft geweigerd omdat deze voorzieningen algemeen gebruikelijk zijn (Rechtbank Arnhem 02-08-2012, nr. AWB 11/3598). De rechtbank doet uitspraak na een tussenuitspraak (Rechtbank Arnhem 09-02-12, nr. AWB 11/3598).

Annotatie door Ingeborg Lunenburg
Dit is de eerste – bij mij bekende uitspraak – waarin de bestuursrechter oordeelt over de weigering van een aanvraag om een verhoogd toilet op de grond dat deze algemeen gebruikelijk wordt geacht. In deze noot ga ik in op het belang van een juiste motivering van het besluit als een voorziening hierom wordt geweigerd. Uit de jurisprudentie blijkt dat het antwoord op deze vraag uiteen valt in twee vragen: (zie noot Erik Boersma bij Rechtbank Arnhem 16-08-2012, BX8032 in Nieuwsbrief Jurisprudentie Wmo 2012/25).

  1. Is de voorziening algemeen gebruikelijk? En zo ja,
  2. Is dat ook het geval voor de persoon van de aanvrager?

Op voorhand kan niet worden gesteld dat een voorziening algemeen gebruikelijk is. Immers, volgt uit de vraag genoemd onder punt 2 dat de beoordeling mede afhankelijk is van de persoon van de aanvrager op het moment van de aanvraag (zie bijvoorbeeld CRvB 20-12-2006, AZ5998 WVG). Het college doet er daarom niet verstandig aan een restrictieve lijst te hanteren van voorzieningen die als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt (zie bijvoorbeeld CRvB 17-11-2009, BK5657 WMO).

Vaste jurisprudentie
Volgens vaste jurisprudentie van de CRvB, zoals die met name is gevormd onder de WVG, is een voorziening algemeen gebruikelijk wanneer deze:

  1. niet speciaal voor personen met beperkingen bedoeld is;
  2. in de reguliere handel verkrijgbaar is; en
  3. voor een prijs die vergelijkbaar is met een soortgelijke voorziening.

Met het criterium algemeen gebruikelijk wordt beoogd te voorkomen dat het college een voorziening verstrekt waarvan, gelet op de omstandigheden van belanghebbende, aannemelijk is te achten dat deze daarover, ook als hij of zij niet gehandicapt was, zou (hebben kunnen) beschikken. Onder verwijzing naar CRvB 14-07-2010, BN1265 WVG oordeelt de rechtbank in de tussenuitspraak (Rechtbank Arnhem 09-02-2012, nr. AWB 11/3598-T) dat deze jurisprudentie ook onder de Wmo zijn gelding heeft behouden.

Dat een voorziening op zich voor iedereen (normaal) te verkrijgen is betekent niet dat deze algemeen gebruikelijk is voor de persoon als de aanvrager. Het slechts beantwoorden van de vraag of de voorziening speciaal voor ‘gehandicapten’ bestemd is, leidt tot een onzorgvuldig voorbereid besluit (CRvB 21-05-2008, BD3476 WVG). De voorziening moet vergelijkbaar zijn met soortgelijke producten, ook qua kosten, om als algemeen gebruikelijk aangemerkt te kunnen worden. Zo kan een normaal geprijsde fiets met hulpmotor – in vergelijking met een gewone fiets of een brommer – als algemeen gebruikelijk worden aangemerkt (CRvB 17-11-2009, nr. 08/3352 Wmo en CRvB 14-07-2010, nr. 09/562 WVG). In Rechtbank Alkmaar 19-04-2012, BW5455 Wmo stelt de belanghebbende dat de voor haar noodzakelijke inductiekookplaat van € 909 substantieel duurder is dan een daarmee vergelijkbare standaard inductiekookplaat met tiptoetsen, welke circa € 150 kost. Ik merk hierbij nadrukkelijk op dat de aangevoerde bedragen door het college in die kwestie niet worden betwist. Verder is de huurwoning van belanghebbende in kwestie voorzien van een aansluiting voor een gaskooktoestel en niet voor een inductiekookplaat. Gelet op de totale kosten van de gevraagde voorziening oordeelt de rechtbank dat deze niet als algemeen gebruikelijk kan worden beschouwd.

Wat speelt er in deze zaak?
Belanghebbende is vanwege zijn beperkingen aangewezen op het gebruik van een verhoogd toilet en wandbeugels. Het college weigert de aanvraag daartoe. Daaraan ligt ten grondslag dat de gevraagde voorzieningen als algemeen gebruikelijk worden gekwalificeerd. In de tussenuitspraak oordeelt de rechtbank dat het college ten onrechte zonder nadere motivering aanneemt dat de toiletpot en wandbeugels voor belanghebbende algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn. De rechtbank wijst er op dat zowel uit de jurisprudentie en de tekst van de Verordening volgt dat de vraag of een voorziening algemeen gebruikelijk is, mede afhankelijk is van de persoon van de aanvrager. Dit brengt mee dat de motivering van een dergelijk standpunt moet zijn toegespitst op de individuele omstandigheden van de aanvrager.

In de tussenuitspraak was de opdracht aan het college nader te motiveren waarom de gevraagde voorzieningen voor belanghebbende algemeen gebruikelijk zijn. Daarbij acht de rechtbank de volgende omstandigheden van belang:

  • de nog jonge leeftijd van belanghebbende omdat niet zonder meer kan worden aangenomen dat de voorzieningen voor een persoon van 41 jaar algemeen gebruikelijk zijn; en
  • of – mede gelet op zijn inkomen en het feit dat hij in een huurwoning woont – redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij dergelijke voorzieningen op eigen kosten aanschaft.

Het college heeft – naar oordeel van de rechtbank – het gebrek in het bestreden besluit niet hersteld. Daartoe overweegt de rechtbank dat vaststaat dat belanghebbende vanwege zijn beperkingen is aangewezen op een verhoogd toilet met het gebruik van wandbeugels. Het college heeft niet afdoende kunnen motiveren waarom het voor de aanvrager algemeen gebruikelijk is om over te gaan tot de aanschaf en plaatsing van de gevraagde voorzieningen. De rechtbank overweegt namelijk dat – voor zover moet worden aangenomen dat de genoemde voorzieningen in de reguliere handel tegen een aanvaardbare prijs te koop zijn – dit nog niet meebrengt dat een persoon van relatief jonge leeftijd zoals belanghebbende, ware hij gezond geweest, over deze voorzieningen had kunnen beschikken.

Ik kan de rechtbank goed volgen in het oordeel. Bedenk zelf eens wanneer wordt overgegaan tot de aanschaf en het plaatsen van een nieuw – al dan niet verhoogd – toilet. Dat ligt anders in geval van een verbouwing of aankoop van een nog te bouwen woning. Inherent daaraan is de aanschaf van bepaalde voorzieningen (zie Rechtbank ‘s-Hertogenbosch 05-11-2012, nr. AWB 12/496 en CRvB 03-12-2008, BG7231 WVG). Ook in geval een voorziening is afgeschreven kan de aanvraag om vervanging daarvan worden aangemerkt als renovatie en om die reden worden geweigerd (Rechtbank ‘s-Gravenhage 07-03-2012, nr. AWB 11/4293). Dat is op zich ook logisch. Immers voor personen met en zonder beperkingen geldt dat voorzieningen op zijn tijd moeten worden vervangen. Wel merk ik op dat het in de hier genoemde uitspraken ging om eigenaren van woningen en niet om een huurder zoals in de onderhavige zaak.

Tot slot
Als laatste nog een opmerking over de bewijslast. Bij het toepassen van de bepaling dat een voorziening algemeen gebruikelijk is voor de persoon van de aanvrager, ligt de bewijslast primair bij het college. Is de belanghebbende vanwege zijn beperkingen aangewezen op een voor hem algemeen gebruikelijk te achten voorziening en komt de voorziening alleen al op die grond niet voor verlening in aanmerking, dan kan een verder onderzoek naar de compensatieplicht achterwege blijven.

© Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

3 gedachten over “Rechtbank Arnhem: verhoogd toilet en beugels niet algemeen gebruikelijk

  1. Pingback: Rb Alkmaar 19-04-2012, BW5455 Wmo: inductiekookplaat, verplaatsen voorziening | Uitvoering Wmo 2015

  2. Pingback: Algemeen gebruikelijk in de Wmo 2015 | Uitvoering Wmo 2015

  3. Pingback: Kan hulp bij het huishouden algemeen gebruikelijk zijn? | Uitvoering Wmo 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*