Aanpassing badkamer is niet algemeen gebruikelijk, toch? Maar toch een duur grapje

Met de uitspraak CRVB:2019:3535 is duidelijk geworden dat er vier criteria zijn op grond waarvan een voorziening als algemeen gebruikelijke voorziening gekwalificeerd kan worden.

 

 

Het gaat om de volgende criteria:

  1. Niet specifiek bedoeld is voor personen met een beperking
  2. Daadwerkelijk beschikbaar is
  3. Een passende bijdrage levert aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt tot zelfredzaamheid of participatie in staat is
  4. Financieel kan worden gedragen inkomen op minimumniveau

Het ging in die zaak om een aanpassing van de badkamer. De kosten daarvan bedroegen € 6.500. De Raad oordeelt dat dit bedrag niet gedragen kan worden uit een minimum inkomen. Waar de grens ligt voor wat betreft de hoogte van de kosten is overigens nog niet duidelijk.

Vervanging afgeschreven douchevoorziening
In de uitspraak CRVB:2020:2705 ging het ook om een woningaanpassing in de vorm van een aanleg van een badkamer. Uit de uitspraak blijkt dat het om de vervanging gaat van de bestaande, inmiddels afgeschreven douchevoorziening. Het college stelt dat vervanging van een afgeschreven woonvoorziening algemeen gebruikelijk is. Het college heeft de rechtbank aan zijn zijde.
Appellante heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd.

Algemeen gebruikelijk
De Raad overweegt dat aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag ligt dat de aanleg van de badkamer algemeen gebruikelijk is voor appellante en dat zij daarom niet in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening. De rechtbank heeft dit standpunt van het college onderschreven.

Geen gronden
Vervolgens overweegt de Raad dat nu appellante tegen dit oordeel van de rechtbank geen gronden heeft aangevoerd, het hoger beroep niet slaagt. De overige stellingen van appellante die zij niet nader heeft onderbouwd, kunnen onbesproken blijven.

Een duur grapje
Dat kan een duur grapje inhouden voor appellante, zij zal de kosten van de aanpassing in principe zelf moeten bekostigen. Ook kwalijk overigens dat haar advocaat geen (juiste) gronden heeft aangevoerd! Dat komt helaas wel vaker voor.

Zie bijvoorbeeld CRVB:2018:1250 waarin de voorzieningenrechter van de Raad het verzoek om een voorlopige voorziening afwijst. In het bestreden besluit heeft het college de aanvraag om een elektrische fiets afgewezen. Verzoekster heeft aan haar verzoek enkel ten grondslag gelegd dat zij vanwege haar medische situatie is aangewezen op het gebruik van een elektrische fiets. Wat verzoekster heeft aangevoerd ziet niet op de grond die het college aan de afwijzing van de elektrische fiets ten grondslag heeft gelegd, zodat het bepaald niet voor de hand ligt dat deze grond doel treft. Het bestreden besluit berust immers op het standpunt dat een elektrische fiets voor verzoekster een algemeen gebruikelijke voorziening is. Reeds hierom bestaat er geen redelijke mate van waarschijnlijkheid dat de aangevallen uitspraak niet in stand zal blijven.

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*