Meerkosten chronisch zieken en gehandicapten: bijstand of Wmo-tegemoetkoming?

Het blijft tot hoofdbrekens leiden. Hoe gaan gemeenten het Wtcg-budget voor de meerkosten die chronisch zieken en gehandicapten kunnen hebben besteden?

Domeinoverstijgend
Volgens mij moet je dit dossier eerst principieel domeinoverstijgend benaderen. Immers, chronisch zieken en gehandicapten kunnen nu eenmaal meerkosten hebben. De vraag is of, en zo ja hoe gemeenten die kosten (deels) kunnen of moeten vergoeden. Daarvoor zijn – volgens de regering – twee wetten aangewezen: de WWB en de Wmo. Elke van deze wetten hebben hun eigen toetsingskader. En daar zit het probleem. Die kaders zijn niet met elkaar te vergelijken.
Bij de Wtcg en de CER lag dat anders. De aanspraak op Wtcg-tegemoetkoming had betrekking op (de mate) van gebruikmaking van hulpmiddelenzorg, farmaceutische zorg, fysiotherapie, oefentherapie of geneeskundige zorg die behoort tot de verzekerde prestaties op grond van de Zorgverzekeringswet (zie bijvoorbeeld CRVB:2014:2655).
De tegemoetkoming op grond van de CER had – kort gezegd – betrekking op het volledig betalen van het verplicht eigen risico. De kaders waren eenduidig alleen bleken deze ambtshalve Rijksregelingen telkens maar niet terecht te komen bij de doelgroep waar deze voor bestemd was. Dit ondanks het feit dat criteria met regelmaat zijn bijgesteld. Dat was dan ook de voornaamste reden om de financiële regelingen voor chronisch zieken en gehandicapten af te schaffen (Stb. 2014, nr. 259).

Eigen toetsingskader
Zoals gezegd de WWB en de Wmo hebben elk hun eigen toetsingskader. Dat is niet nieuw. Het verlenen van bijzondere bijstand is een gebonden bevoegdheid. Dat principe wijzigt niet per 1 januari 2015. Er mag geen bijzondere bijstand worden verleend als artikel 15 WWB daar aan in de weg staat. Dat gaat in ieder geval over medische kosten en het verplicht eigen risico (CRVB:2011:BQ3009, CRVB:2013:1294 en CRVB:2010:BO6734).
Kosten waar de voorliggende voorziening niet voor geldt kunnen wel voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Denk aan bepaalde eigen bijdragen, kosten van extra bewassing en kledingslijtage en meerkosten stoken. Afhankelijk van de draagkrachtregels kan het zijn dat de noodzakelijke kosten weliswaar voortvloeien uit bijzondere omstandigheden maar dat iemand deze toch zelf moet voldoen uit zijn inkomen of vermogen. Verder is het zo dat veel gemeenten kiezen om de collectieve aanvullende zorgverzekering qua inhoud op te plussen of toegankelijk te maken voor meer minima. Daarvoor wordt de inkomensgrens van 110% die thans nog geldt opgehoogd.
In de Wmo is het verlenen van een tegemoetkoming geen verplichting. Wel moet deze keuze worden gemotiveerd (art. 2.1.2 lid 5 Wmo 2015). In een eerder blog was aandacht voor de vraag of gemeenten in de Wmo (2007 en 2015) inkomensgrenzen mogen hanteren. Ik meen van niet. Wel kan het zijn dat de persoon met een hoog inkomen wel kosten heeft maar geen meerkosten die ondersteuning van de zelfredzaamheid en participatie behoeven middels een tegemoetkoming. Dat is in juridische zin iets anders dan het stellen van inkomensgrenzen.

Geen wettelijke afbakening
De Wmo 2007 kent een bepaling die de wettelijke afbakening regelt tussen de Wmo 2007 en andere wettelijke regelingen. De Wmo kan voor de WWB gelden als een toereikende en passende voorliggende voorziening. Dat betekent als de Wmo oproept een bepaalde voorziening aan te bieden, de kosten hiervan niet kunnen worden vergoed op basis van de WWB (TK 2004/05, 30 131, nr. 3, p. 30). Dat is thans in ieder geval duidelijk (zie bijvoorbeeld CRVB:2012:BW0304 en CRVB:2013:2755). De Wmo 2015 kent deze afbakening niet meer. Dat betekent dat de voorwaarden waaronder aanspraak bestaat (lees meerkosten worden aangenomen) goed moeten worden omschreven in de verordening. In het algemeen adviseer ik dan ook om de meerkosten vanwege verhuizen, noodzakelijk aangewezen zijn op gebruik van bepaald vervoer (eigen auto of individuele taxi) en sporten op grond van de Wmo te vergoeden. Verder zou de gemeente kunnen kiezen om de 33% korting – die op 1 januari 2015 vervalt – op de eigen bijdrage voor te zetten. Ook zou het structureel volledig betalen van het verplicht eigen risico voor een tegemoetkoming in aanmerking kunnen komen.

Geen maatwerkvoorziening
Tot slot. De tegemoetkoming meerkosten op grond van artikel 2.1.7 Wmo 2015 is geen maatwerkvoorziening. Ook blijkt niet dat hiervoor de melding en het onderzoek van artikel 2.3.2 Wmo 2015 van toepassing is. Verder spreekt het artikel van de persoon en niet van de cliënt. Een en ander brengt ook mee dat voor de tegemoetkoming geen bijdrage in de kosten mag worden gevraagd. Logisch ook, het gaat om meerkosten.

Masterclass bijzondere bijstand, inkomenstoeslag en minimabeleid
Op 10 september staat deze Masterclass in Utrecht gepland. Ben je beleidsmedewerker en wil je de politiek goed voorlichten? Moet je de vragen beantwoorden uit de inspraak? Wil je weten hoe je beleid kunt inrichten in verband met meerkosten voor chronisch zieken? Ben je ervaren consulent of kwaliteitsmedewerker en wil je het naadje van de (juridische) kous weten? Discussieer mee met vakgenoten en schrijf je in. Alles na te lezen in een uniek actueel naslagwerk!

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*