Akkoord tussen VWS en VNG

logo VNGIs 5% van het PV-budget wel voldoende? Kloppen de uitgangspunten wel? Verschillende wethouders reageren in ieder geval zeer kritisch op het (voorlopig) akkoord tussen Van Rijn en het bestuur van de VNG. Ik deel de scepsis; het is maar zeer de vraag of gemeenten op grond van de Wmo 2015 niet meer burgers moeten ondersteunen dan waar de 5% in voorziet. Op de vraag of dat met een algemene voorziening, cliëntondersteuning of een maatwerkvoorziening zal moeten gebeuren beantwoord ik zodra het wetsvoorstel Wmo 2015 openbaar is.

Hoe zat het ook al weer?
logo rijksoverheidIn de brief van 6 november jl. maakt Van Rijn bekend dat de persoonlijke verzorging (PV) niet ‘overgaat’ naar gemeenten maar naar zorgverzekeraars (zie blog van 7 november). Dat wordt geregeld in het Besluit Zorgverzekeringen onder de aanspraak wijkverpleging. Het besluit van Van Rijn schoot de VNG (namens gemeenten) in het verkeerde keelgat. Heel begrijpelijk. Het wijkt af van het Regeerakkoord en het ondermijnt de onderhandelingspositie van gemeenten met aanbieders van hulp bij het huishouden, PV en Begeleiding. Verder vraag ik me af of het aantal verzekerden met thans een combinatie van PV en verpleging (dan wel die dat behoeven) groter is dan de groep die thans met alleen PV of een combinatie van PV met hulp bij het huishouden. In dat laatste geval gaat het om algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen (HDL). Daar komt doorgaans geen Verpleging aan te pas.

Akkoord tussen VWS en VNG
Op 17 december 2013 bereikten Van Rijn en het bestuur van de VNG een akkoord over de decentralisatie van langdurige zorg en maatschappelijke ondersteuning naar gemeenten. In de Buitengewone Algemene Ledenvergadering van 29 november is een resolutie aangenomen over de Wmo/persoonlijke verzorging. De leden kunnen hierop tot 15 januari a.s. reageren.

Wmo 2015
Nog los van de vraag of het (totale) Wmo-budget passend is voor het uitvoeren van een wet in medebewind, het volgende. Zoals gezegd lopen gemeenten mogelijkheden mis om met aanbieders goede (prijs)afspraken te maken. Verder stelt Van Rijn in het algemeen dat niet de verzekerde aanspraken van de AWBZ overgaan naar gemeenten, maar het resultaat binnen de kaders van de nieuwe Wmo. Dat geeft gemeenten vrijheid om ‘op (lokale) maat’ invulling te geven aan het centrale uitgangspunt van het Rijk dat burgers zolang mogelijk in hun eigen omgeving blijven wonen. Dit wordt zonodig gerealiseerd met ondersteuning door gemeenten in samenwerking met zorgverzekeraars.

logo_cizBeleidsregels AWBZ
Hieronder geef ik een overzicht van de doelstelling en het resultaat van de drie AWBZ-functies: Persoonlijke Verzorging, Verpleging en Begeleiding (beleidsregels indicatiestelling AWBZ 2014 Stcr. 2013 nr. 35797). Ik laat daarbij de vereiste grondslagen achterwege.

Doelstelling en resultaat Persoonlijke Verzorging (PV)
De functie PV gaat over activiteiten op het gebied van de dagelijkse levensverrichtingen in de vorm van persoonlijke zorg. Daarbij kan het gaan om het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten, het stimuleren om de activiteiten zelf te doen of het aanleren van de activiteiten. PV is alles wat mensen gebruikelijk als zelfzorg uitvoeren. Dat geldt niet alleen voor de PV die iedereen nodig heeft (zoals wassen, eten), maar ook voor de persoonlijke verzorging die nodig is in verband met een gezondheidsprobleem (zoals stoma, sonde). Het resultaat van PV is gericht op het opheffen van een tekort aan zelfredzaamheid (art. 4 Besluit zorgaanspraken).

Doelstelling en resultaat Verpleging (VP)
De functie VP gaat over het uitvoeren van directe verpleegkundige handelingen, die in opdracht van een arts uitgevoerd worden. Ook kan het gaan over het aanleren van verpleegkundige handelingen en het begeleiden bij de juiste uitvoering daarvan wanneer de verzekerde (of de gebruikelijke zorger of mantelzorger) deze zorg zelf uitvoert. Deze begeleiding bij het (zelf) juist uitvoeren van een aangeleerde verpleegkundige handeling is om de kwaliteit te behouden en borgen. Daarbij kan het gaan om het ondersteunen bij of het overnemen van handelingen, het stimuleren om de handelingen zelf te doen of het aanleren van de handelingen. Voor de vorm Advies, Instructie Voorlichting (AIV) is geen indicatie vereist, omdat het vaak gaat om goed geprotocolleerde zorg die in omvang zeer klein is. Een arts is niet direct verantwoordelijk voor AIV. Het kan een eenmalige activiteit zijn, maar ook om periodieke contacten (enkele keren per jaar) waarin wordt nagegaan of aanpassing van attitude of gedrag kan leiden tot het beter hanteren van de ziektegevolgen. Ook motiveren van de verzekerde dit gedrag daadwerkelijk te tonen valt onder AIV. Het resultaat van VP is gericht op herstel of voorkoming van verergering van de aandoening, beperking of handicap (art. 5 Besluit zorgaanspraken).

Doelstelling en resultaat Begeleiding (BG)
BG omvat activiteiten aan verzekerden die matige of zware beperkingen hebben op het terrein van:

  1. de sociale redzaamheid,
  2. het bewegen en verplaatsen,
  3. het psychisch functioneren,
  4. het geheugen en de oriëntatie, of
  5. die matig of zwaar probleemgedrag vertonen.

Bij zelfredzaamheid in relatie tot de functie BG gaat het om de lichamelijke, cognitieve en psychische mogelijkheden die verzekerde in staat stellen om binnen de persoonlijke levenssfeer te functioneren. In de eerste plaats kan het gaan om het compenseren en actief herstellen van het beperkte of afwezige regelvermogen van verzekerde, waardoor hij onvoldoende of geen regie over het eigen leven kan voeren. Denk aan zaken als het helpen plannen van activiteiten, regelen van dagelijkse zaken, het nemen van besluiten en het structureren van de dag. Omdat de grens tussen de persoonsgebonden sociale omgeving en participatie niet altijd scherp te trekken is, zal voor verzekerden met matige en zware beperkingen binnen de functie BG ook ondersteuning mogelijk zijn in de vorm van het stimuleren tot en het voorbereiden van gesprekken met instanties op het terrein van wonen, school, werk, etc. Ten tweede kan BG de vorm aannemen van praktische hulp en ondersteuning bij het uitvoeren dan wel het eventueel ondersteunen bij/oefenen van handelingen/vaardigheden die zelfredzaamheid tot doel hebben. In de derde plaats kan het gaan om het overnemen van toezicht. De BG kan in groepsverband (dagbesteding) of individueel worden geïndiceerd.

Gericht op mantelzorg
BG kan zich (in tijdelijke vorm) ook richten op mantelzorg in de directe omgeving van verzekerde, zoals zijn ouders, als dit ten goede komt aan een verzekerde. De BG is dan gericht op het oefenen van de mantelzorger/gebruikelijke zorger hoe om te gaan met de gevolgen van de aandoening, stoornis of beperking van de verzekerde. De indicatie is echter gesteld op naam van verzekerde en niet op naam van degene op wie de oefening zich direct richt.

Het resultaat van de activiteiten zijn gericht op bevordering, behoud of compensatie van de zelfredzaamheid en strekken tot voorkoming van opname in een instelling of verwaarlozing van de verzekerde (art. 6 Besluit zorgaanspraken).

Taken van gemeenten
Het is nog even afwachten op de inhoud van het wetsvoorstel. Verder zijn – als ik het goed begrijp – ook nog geen definitieve (op de individu gebaseerde) aantallen bekend over de aanspraken waarvoor verzekerden thans een indicatie hebben. Ik kan me voorstellen dat daarin veel verschillen per gemeente zullen zijn. Zal dat tot gevolg hebben dat er veel verschil tussen gemeenten onderling zal ontstaan in het niveau van maatschappelijke ondersteuning?

©Ingeborg Lunenburg opleiding + advies

Een gedachte over “Akkoord tussen VWS en VNG

  1. Pingback: Akkoord tussen WVS en VNG (deel 2) | Uitvoering Wmo 2015

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*